Vorige Start Omhoog Volgende

Bijlage 5

Checklist bij het gebruik van het delictscenario

Situatiekenmerken die aan de orde moeten komen 

Plaats 
(omgeving van delict); 
tijd 
(uur, dag, maand); 
sociale context 
(met of zonder anderen, met anderen: ouderen of jongeren, leider of volger); 
Steeds: is er een vast patroon?

Daderkenmerken

Emotionele toestand 
(woede, angst, depressie, machteloosheid; 
spanning versus verveling);
intra-/interpersoonlijke conflicten; 
(hetero)sociale vaardigheden 
(oplossen versus vermijden/ontsnappen); 
fantaseren 
(agressieve en/of seksuele fantasieŽn) (plannen van delict(en)
(rol van eerdere delicten);
pornografiegebruik 
(aard van de pornografie; 
effect op dader); 
alcohol/drugsgebruik 
(effect op dader); 
houding/positie t.o.v. mensen 
(hoort erbij - geÔsoleerd; 
toegewend - vijandig; 
macht - machteloosheid);
(seksuele) identiteit 
(ze1fbeeld. mannelijkheid); 
empathisch vermogen.

Dader /slachtofferkenmerken 

bekende versus∑onbekende; 
leeftijdverschil; 
wat voor seksueel gedrag vindt plaats 
(al of niet afwijkend van conventionele seksualiteit); 
eerste delict of is er sprake van een reeks; 
mate van agressief gedrag (verbaal en/of fysiek geweld); 
betekenis van seksueel en agressief gedrag 
(seks om agressie versus agressie om seks); 
seksuele disfuncties 
(impotentie e.d.); 
aard van fantasieŽn
(tijdens en na delict);
emotionele toestand
(tijdens en na delict);
aard van conversatie tussen dader en slachtoffer;
duur van het delict;
interpretatie van gedrag dader door slachtoffer en vice versa;
fysieke, sociale, intellectuele en/of psychologische ongelijkheid.

Vorige Start Omhoog Volgende